Vintage teak dressoir: Deens design herkennen en kopen

Bijgewerkt op

Een vintage teak dressoir is meestal een kind van het Scandinavische, en vooral Deense, design van de jaren vijftig en zestig: lage kasten met schuifdeuren, slanke poten en warm, geolied teak. Ze zijn gewild, en dus wordt er ook veel “vintage-stijl” verkocht. Deze gids legt uit waarom juist teak, welke namen ertoe deden en hoe je een echt stuk herkent. Andere teaksoorten vind je bij soorten teak.

Waarom Deens design zo vaak teak is

Dat Deense meubels teak werden, was geen toeval. Volgens een artikel op de site van de Design History Society gebruikten Deense ontwerpers en meubelmakers teak in de jaren dertig nog maar sporadisch, vanwege de hoge prijs (Design History Society). Daarna veranderde er veel:

  • Weinig eigen bos. Denemarken had rond 1800 nog maar zo’n 4% bosareaal en was dus afhankelijk van geïmporteerd hout.
  • Subsidie. Op verzoek van meubelmakers en industrie gaf het Deense ministerie in 1951 een subsidie voor de import van teak.
  • De teakgolf. In de jaren vijftig was teak goed voor ongeveer 40% van de Deense meubelmodellen, volgens cijfers uit de meubelindex van Designmuseum Danmark.

Bron voor deze drie punten: Design History Society.

The Art Newspaper vat het onderzoek van Maggie Taft samen: met hulp van het Marshallplan stapte de Deense overheid af van invoerheffingen op hout, vooral Thais teak, en tussen 1952 en 1957 werd teak het hout dat het meest gebruikt werd in, en geassocieerd werd met, Deense meubels voor de Amerikaanse markt (The Art Newspaper).

Een eerlijke kanttekening hoort erbij. Hetzelfde DHS-artikel beschrijft hoe de Deense Oostaziatische Compagnie (EAC) in Noord-Thailand een kapconcessie van vijftig jaar verwierf, binnen een houtkap die door Britse firma’s werd gedomineerd, en concludeert dat de Deense toegang tot teak mogelijk was in de korte periode tussen het einde van de Europese controle over Thaise bossen en de opkomst van ecologische en anti-imperialistische bewegingen in de jaren zestig (Design History Society).

Namen en jaartallen die je moet kennen

Designmuseum Danmark noemt 1949 als het jaar waarin Danish Modern internationaal doorbrak, en toont onder meer werk van Hans J. Wegner, Finn Juhl, Børge Mogensen, Arne Jacobsen en Poul Kjærholm (Designmuseum Danmark). Voor teak zijn een paar namen en data extra relevant:

OntwerperWat en wanneerBron
Finn Juhl met meubelmaker Niels VodderFauteuil FJ 45, ontworpen in 1945, met een frame van gelakt en geolied teakV&A
Finn Juhl en Hans J. WegnerChieftain Chair (Juhl) en The Chair (Wegner), beide ontworpen in 1949The Art Newspaper
Arne Vodder (1926–2009) voor SibastDressoirlijn uit 1957, onderdeel van een collectie die dat jaar de eerste prijs won op de Triënnale van MilaanScandinaviandesign.com, Bonhams

Arne Vodder leerde het vak bij meubelmaker Niels Vodder en studeerde in 1947 af als architect aan de Koninklijke Academie in Kopenhagen, met Finn Juhl als docent en mentor (Scandinaviandesign.com).

Let op: het overgrote deel van de vintage teak dressoirs, kasten en eettafels op de tweedehandsmarkt is niet van een beroemde ontwerper. Dat maakt ze niet minder bruikbaar, wel minder waard.

Een echt vintage stuk herkennen

Merktekens

Galerie Møbler, een handelaar in Scandinavisch vintage, noemt drie soorten merktekens (Galerie Møbler):

  • het stempel of label van de Danish Furnituremakers’ Quality Control (bij Deense meubels van na 1959), als label, inktstempel, brandmerk of op het fabriekslabel;
  • de naam of initialen van de fabrikant, meestal ingebrand, gestempeld of op een label;
  • soms de naam of signatuur van de ontwerper, of een serienummer.

Je vindt ze op de achterkant, de onderkant of in een la. Het Bonhams-exemplaar van Vodders Triënnale-dressoir had bijvoorbeeld in een la een papieren label “SIBAST FURNITURE / MADE IN DENMARK” met het ronde Danish Control-merk (Bonhams).

Wat zegt dat stempel over de leeftijd? De huidige beheerder, Furn-tech, schrijft dat het controlesysteem in 1959 werd opgericht, op verzoek van Amerikaanse meubelhandelaren (Furn-tech). Een meubel met dat stempel is dus vermoedelijk in of na 1959 gemaakt, ook als het ontwerp ouder is.

Geen merk? Dan zeggen materiaal en afwerking iets over geschiedenis en leeftijd (Galerie Møbler), maar zekerheid heb je niet.

Valkuilen

  • “Deense stijl” is niet Deens. Gaandeweg werd “Danish Modern” in de VS ook gebruikt voor Amerikaans gemaakte meubels (The Art Newspaper). De teakmode verspreidde zich bovendien over Europa, Noord-Amerika en Japan (Design History Society).
  • Heruitgaven. Sommige klassiekers worden opnieuw geproduceerd. Sibast bracht Vodders dressoir uit 1957 opnieuw uit als Sibast No 11 (Scandinaviandesign.com). Een nieuw exemplaar is geen vintage.
  • Kopieën. Galerie Møbler waarschuwt voor namaak van designklassiekers (Galerie Møbler).

Massief of fineer?

Verwacht geen volledig massief teak. Bij veel dressoirs uit die periode zijn poten, randen en voorkanten massief, terwijl grote vlakken (blad, zijkanten, deuren) gefineerd zijn op een kern van meubel- of spaanplaat. Dat is normaal en geen teken van slechte kwaliteit, maar het fineer is vaak dunner dan een millimeter (DIYguide.dk). Ook veilinghuis Quittenbaum beschrijft een Vodder-dressoir als “teak, teakfineer, lamellen” (Quittenbaum). Fineer is minder makkelijk te repareren dan massief hout (Meijs Wonen).

Checklist bij bezichtiging

  1. Merktekens? Kijk achter, onder en in de lades.
  2. Klop op het fineer. Klinkt het hol, dan laat het fineer los van de ondergrond (DIYguide.dk).
  3. Kanten en hoeken. Is het fineer daar al doorgeschuurd of afgebladderd?
  4. Welke afwerking? Wrijf op een verborgen plek met een doekje met terpentine (white spirit): wordt het doekje bruin en het oppervlak mat, dan is het meubel geolied of gewast; gebeurt er weinig, dan zit er waarschijnlijk lak op (DIYguide.dk). Vraag de verkoper eerst of dat mag.
  5. Lades en schuifdeuren. Lopen ze soepel?
  6. Origineel of heruitgave? Vraag naar herkomst, labels en eventuele restauraties.

Wat kost het?

Een betrouwbare prijsrange voor “een vintage teak dressoir” bestaat niet. Galerie Møbler, een handelaar in Scandinavisch vintage, schrijft zelf dat er voor de prijs van vintage meubels geen regels zijn: soms zijn ze duurder dan een nieuwe replica, soms veel goedkoper. Als prijsbepalers noemt de handelaar zeldzaamheid, originaliteit, staat, kwaliteit van eerdere reparaties en reputatie (Galerie Møbler).

Hoe groot de verschillen kunnen zijn, laten twee oudere veilingresultaten zien van Triënnale-dressoirs van Arne Vodder, gemaakt door Sibast. Het zijn voorbeelden, geen taxatie en geen actuele marktprijs:

  • Quittenbaum (München), 27 juni 2018, kavel 366: model ‘76’, ca. 1959, teak en teakfineer. Hamerprijs €1.400, zonder opgeld (Quittenbaum).
  • Bonhams (Londen), 12 oktober 2021, kavel 48: volgens Bonhams ontworpen voor de Triënnale van Milaan van 1957, met deels beschilderd hout en vermelde herkomst. Verkocht voor £14.000 inclusief opgeld (Bonhams).

De twee stukken verschillen in uitvoering, documentatie en staat, en de bedragen zijn anders berekend. Vergelijk ze dus niet één op één, en leid er geen prijs voor jouw meubel uit af. Voor anonieme vintage dressoirs vonden we geen onderbouwde prijsranges.

Onderhoud

Een vintage teak meubel verzorg je zoals ander binnenteak, met extra voorzichtigheid voor het fineer. De basis staat in teak behandelen binnen. Specifiek voor vintage:

  • Eerst ontvetten. Oude olie, was en vuil moeten eraf voordat nieuwe olie kan intrekken (Meutt, DIYguide.dk).
  • Water is de vijand van fineer. Werk met een goed uitgewrongen doek; water in de lijmlaag laat fineer bollen (DIYguide.dk).
  • Geen schuurmachine. Vintage meubels zijn vaak gefineerd, dus schuren met een machine is af te raden (Meutt); een bandschuurmachine kan het fineer in seconden doorschuren (DIYguide.dk).
  • Geen olie op lak. Olie op een gelakt oppervlak wordt een plakkerig laagje (DIYguide.dk).

Diepe kringen of een uitgedroogd, dof meubel? De volgorde van licht naar zwaar staat bij teak opknappen; houd bij fineer de regels hierboven aan. Wil je weten hoe dit soort meubels verschilt van meubels uit hergebruikt hout, lees dan oud teak.

Lees verder

Veelgestelde vragen

Waarom zijn zoveel vintage dressoirs van teak?

Denemarken had weinig eigen bos. De Deense overheid subsidieerde vanaf 1951 de import van teak, en tussen 1952 en 1957 werd teak het meest gebruikte hout in Deense meubels voor de Amerikaanse export. In de jaren vijftig was teak goed voor ongeveer 40% van de Deense meubelmodellen.

Hoe herken ik een echt Deens vintage meubel?

Zoek naar merktekens: het stempel of label van de Danish Furnituremakers' (Quality) Control, de naam of het label van de fabrikant en soms de naam van de ontwerper. Ze zitten op de achterkant, onderkant of in een la. Ontbreken ze, dan zeggen materiaal en afwerking iets over herkomst en leeftijd, maar is zekerheid lastiger.

Zegt het Danish Control-stempel iets over de leeftijd?

Indirect. Het controlesysteem werd volgens de huidige beheerder Furn-tech in 1959 opgericht. Een meubel met dat stempel is dus vermoedelijk in of na 1959 gemaakt. Een ontwerp kan ouder zijn: een dressoir dat in 1957 ontworpen werd, kan later geproduceerd zijn.

Is een vintage teak dressoir massief teak?

Vaak niet helemaal. Bij veel dressoirs uit die tijd zijn poten en randen massief teak, terwijl grote vlakken zoals blad, zijkanten en deuren gefineerd zijn op een kern van plaatmateriaal. Dat is normaal, maar het fineer is dun, dus pas op met schuren.

Wat kost een vintage teak dressoir?

Dat loopt enorm uiteen en hangt af van ontwerper, fabrikant, staat, originaliteit en herkomst. Voor anonieme dressoirs vonden we geen betrouwbare prijsrange. In het artikel staan twee gedateerde veilingresultaten van Arne Vodder-dressoirs als voorbeeld van de spreiding; dat zijn geen taxaties.

Bronnen